EEN TE LATE VERONTSCHULDIGING VAN DE OUDE KOLONISATOR EN EEN ‘PRESIDENT’ IN NEDERLAND DIE ZIJN KANS HEEFT VERSPEELD
Tijdens de herdenking in Rotterdam die de 75ste verjaardag van de komst van de Molukse gemeenschap markeert
Foto: Robin Utrecht /ANP/picture alliance / dpa
Foto: Robin Utrecht /ANP/picture alliance / dpa
🌐 PERMINTAAN MAAF YANG TERLAMBAT DARI PENJAJAH LAMA DAN SEORANG ‘PRESIDEN’ DI BELANDA YANG MENYIA-NYIAKAN PELUANGNYA ❗️
MOLUKKEN, 2 JULI 2026 - auteur: Gibran Faqih Latuconsina, Molukse jongere
vertaling: Martha Louhenapessy en Nico Souisa - FKM-RMS Nederland
MOLUKKEN, 2 JULI 2026 - auteur: Gibran Faqih Latuconsina, Molukse jongere
vertaling: Martha Louhenapessy en Nico Souisa - FKM-RMS Nederland
|
Vorige maand, op 21 juni, heeft de Nederlandse minister-president Rob Jetten in de stad Rotterdam een Moluks monument in de vorm van de boeg van een traditioneel prauw onthuld, ter herinnering aan het duistere koloniale tijdperk, nadat hij een officiële verontschuldiging had aangeboden aan de Molukse gemeenschap. Een historisch moment dat te laat kwam en rechtstreeks werd uitgezonden door de Nederlandse televisie, na 350 jaar koloniaal bestuur.
Rotterdam, 21 juni 2026, de Nederlandse premier Rob Jetten (midden) en de Rotterdamse burgemeester Carola Schouten (links) onthullen een Nationaal Monument Ulu Kora aan de Lloydkade voor de Molukkers tijdens de herdenking van de Molukse KNIL militairen en hun gezinnen die daar 75 jaar geleden aankwamen.
Hij noemde de behandeling in het verleden van onze grootouders, de KNIL-militairen die gedwongen werden ontslagen, het recht op werk werd ontzegd en die werden verbannen naar voormalige nazi-transitkampen, als een “harteloze” daad. Als jonge generatie Molukkers verwelkom ik deze erkenning. Niettemin moeten wij waakzaam en kritisch blijven ten aanzien van de huidige geopolitieke koers. Laten we voorkomen dat deze verontschuldiging van Rob Jetten slechts een diplomatiek masker wordt, een zoetmiddelstrategie om de deur te openen voor corporaties of Europese belangen bij het beheren van onze enorme energiepotentie, met name Blok Masela. De Molukken mogen niet langer worden bedrogen door humanitaire retoriek die uiteindelijk neerkomt op economische exploitatie. Laten we eerlijk zijn: woorden kunnen het intergenerationele trauma niet uitwissen, en indien deze verontschuldiging niet wordt gevolgd door oprechtheid zonder economische bijbedoelingen, is zij slechts een politiek zoetmiddel. Voor ongeveer 70.000 Molukse nakomelingen in Nederland die leven in de schaduw van een verraden terugkeerbelofte, is de ware gerechtigheid nog steeds niet gekomen. Echter, als wij de doos van Pandora van de Molukse geschiedenis willen openen, kunnen wij niet ophouden bij Rotterdam in het jaar 1951.
Het debat over het zelfbeschikkingsrecht voor de Molukken is geen nieuw politiek product, maar een historisch legitieme mandaat volgens het internationaal recht. Wij moeten terugdenken aan het momentum van de Denpasar-conferentie in 1946 en de Ronde Tafel Conferentie (KMB) in 1949, die expliciet mechanismen voor onafhankelijkheid en soevereiniteit van de afzonderlijke gebieden onder de federatieve paraplu bespraken. Het Denpasar-congres werd gehouden in het Bali Hotel van 7 tot en met 24 december 1946.
De Ronde Tafel Conferentie verleende garanties voor het recht op zelfbeschikking (self-determination) aan de gebieden die zich niet wensten aan te sluiten bij de Eenheidsstaat Republiek Indonesië (NKRI). Gebaseerd op deze historische legitimiteit is het van groot belang om opnieuw te benadrukken dat sinds 1947 de Molukken luidkeels de beweging hebben uitgedragen dat het Molukse land volledig soeverein moet zijn als een onafhankelijke natie. Deze soevereiniteitsstem die sinds 1947
|
weerklinkt, vormt de sterke morele en politieke basis, die vervolgens officieel werd bekrachtigd door de proclamatie van de Republiek der Zuid-Molukken (RMS) in 1950 als concrete vorm van verzet tegen de gedwongen unificatie door Jakarta.
Te midden van de strijd voor historische gerechtigheid gebaseerd op internationaal recht, moeten wij ook de moed hebben om schoon schip te maken in ons eigen huis. Het is hoog tijd dat wij het leiderschap van de Molukse elite in ballingschap evalueren, dat zijn tanden heeft verloren. John Wattilete samen met luitenant-generaal TNI Doni Monardo – de 25ste commandant van het regionale militaire commando (Kodam) XVI/Pattimura (2015-2017) – in Den Haag, Nederland.
Met klem eis ik thans de afzetting van John Wattilete uit zijn functie als president van de RMS in Nederland. Gedurende vele jaren heeft het leiderschap van Wattilete geen tastbare impact gehad op het welzijn noch op de bescherming van de rechten van de Molukse bevolking die zich in de frontlinie bevindt. Integendeel, Wattilete heeft de Molukse bevolking in het vaderland slechts misleid, hen tot pioniers en martelaren in het veld gemaakt ten behoeve van zijn eigen politieke theater in Europa, terwijl hijzelf veilig schuilde achter de juridische faciliteiten van een westers land. Wij moeten zijn positie als president vervangen door een figuur die capabeler is, die werkelijk strijdt, het zweet voelt en de dynamiek van de soevereiniteitsstrijd en de adat-rechten van de Molukken direct in het Molukse land begrijpt, niet vanaf een bureau in Nederland. De Molukse strijd moet worden geleid door hen die samenleven met het land en water van de Molukken.
De Hongitochten (ook bekend als Pelayaran Hongi) waren een beleid van de VOC (Vereenigde Oost-Indische Compagnie) in de 17de en 18de eeuw in de Molukse archipel om het monopolie op de specerijenhandel te controleren en af te dwingen.
De wonden van het Molukse volk vormen een lang kroniek van mondiale exploitatie, en de historische verantwoording hiervoor mag niet selectief zijn. Alle koloniale machten die ooit de Molukken hebben gekoloniseerd, uitgezogen en verscheurd, moeten op gelijke wijze ter verantwoording worden geroepen in juridische en morele zin. Voordat de Nederlandse regering onze veteranen verbannen heeft, had de VOC reeds in de 17de en 18de eeuw onze maatschappelijk orde beschadigd. Door het wrede specerijenmonopolie, de Hongitochten en massale bloedbaden ter handhaving van de controle over kruidnagel en nootmuskaat, bouwde de VOC de Europese rijkdom op het bloed van onze voorouders. De moderne staten die vandaag de dag genieten van de erfenis van welvaart uit het tijdperk van deze handelscompagnie, hebben duidelijk een grote morele schuld.
|